Hoofdtekst
Op de Veewei, waar nu Willems woont, daar waren de bokkerijers ook eens geweest. Maar die was er van af geraakt met een klein som en het groot geld had hij kunnen houwen. 'Ja', zei hij in de noaber, 'ze hebben het hondje, maar den hond hebben ze nog niet .' En op 'ne keer was hij eens aan 't maaien, en daar kwam iemand door en die zei: 'Dezen avond komen wij voor den hond' en hij heeft alles moeten afgeven.
Onderwerp
SINSAG 1320 - Andere Räubergeschichten.   
Beschrijving
Op een dag hadden de bokkenrijders ingebroken in een boerderij op de Veewei, waar later de familie W. is komen wonen. De boer was er in geslaagd de rovers af te schepen met een kleine som geld. Aan de buren vertelde de boer: "Ze hebben het hondje, maar de hond hebben ze niet te pakken gekregen." Toen de boer op een dag aan het maaien was, sprak een voorbijganger tot hem:"Vanavond komen wij voor de hond." Diezelfde avond heeft de boer al zijn bezittingen moeten afgeven.
Bron
R. Celis, Leuven, 1954
Commentaar
4. Historische sagen
limburgs (bree en omstreken)
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Beek   
Plaats van Handelen
Veewei   
