Hoofdtekst
Op het kasteel van Damereis, daar woonde mijn broer, wor. Hij was al lang daar, maar dan gingen die juffrouwen, dan die heren boven. Daar stond een tafelke, schoon rond, met maar drie poten onder. Maar hun ouders van die heer en die juffrouw, die zaten in Brussel. En dan gingen ze altijd vragen waar hun ma en hun pa was en of ze nog goed gezond waren, of waar ze verbleven en dat tafelke zei hun alles. En mijn broer die dacht al: 'Maar ik ga toch vragen aan de heer en de juffrouw wat dat ik daarvoor moet doen.' 'Ik geef mijn ring, zei hij, als ik maar een beetje met dat tafelke zou kunnen kallen.' Maar toen zei hij: 'Drie jaar moogt ge geen kruis maken, hem 's morgens niet wassen. In de midden van de dag mocht hij hem wassen, maar 's morgens niet . Geen kruis maken, niet bidden, niet naar de kerk gaan of niet biechten.' 'Neemt ge dat aan, Zjanke?' zeien (sic) ze. 'Volbrengt ge dat?' 'Ja, ja', zei hij en hij was blij. Maar eer de drie jaren om waren, hij kon zo goed met het tafelke kallen als de heer of de juffrouw.
Beschrijving
Een jongetje dat in het kasteel van Damereis woonde, zag dat de kinderen van de kasteelheer een speciaal tafeltje met drie poten hadden, waarmee ze konden praten. Wanneer hun ouders naar Brussel waren, zaten de kinderen bij het tafeltje dat al hun vragen beantwoordde. Toen het jongetje vroeg wat hij moest doen om met het tafeltje te kunnen praten, kreeg hij te horen: "Drie jaar lang mag je geen kruisteken maken, niet bidden, niet naar de kerk gaan en niet biechten. Je mag je 's ochtends nooit wassen; alleen maar overdag". Het jongetje, dat Zjanke heette, aanvaardde welwillend al deze voorwaarden. Nog vóór de drie jaar om waren, kon het jongetje met het tafeltje praten.
Bron
W. Achten, Leuven, 1971
Commentaar
6. Sagen - Sprookjes
midden-limburgs
h
Broer van de informant
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Zjanke   
kasteel van Damereis   
Damereis (kasteel van)   
Naam Locatie in Tekst
Diepenbeek   
