Hoofdtekst
’t Wos daar ne boer boven Mesen die up ne dag zin hofstee vul ratten had, je wos opgegeten van de ratten, en in ’t midden van ol die ratten zat er een grote witte ratte, en die boer wos geruineerd, allè zit ne keer met zoveel ratten up joene graanzolder, dat is een ruinatie.
Beschrijving
Een boer die ten noorden van Mesen woonde, had te kampen met een rattenplaag. Onder de ratten was er één grote witte. Uiteindelijk raakte de boer geruïneerd door de plaag.
Bron
M. Reynaert, Leuven, 1965
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (ieper)
125
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Waasten   
Plaats van Handelen
Mesen   
