Hoofdtekst
Jan den Bieboer ging eens in de hei. De mensen zetten hier veul hun biekorven op velden met sloorzaad want dat geeft veul honing en Jan zei: "Nouw word ik toch zo lui" en ie ging in de hei liggen met zijne stok naast hem. Toen hoorde ie stappen maar ie zag toch niemand. En ineens voelde ie iet op hem. Iemand zette ne voet op zijn borst. Jan pakte stillekes zijn stok en hij sloeg boven op hem en toen was ie er van verlost, maar hij had niks gezien. Toen had Jan gene slaap meer.
Beschrijving
Een imker die zijn bijenkorf op de heide ging zetten, voelde zich plots erg moe en ging op de grond liggen. Plots hoorde de man voetstappen, hoewel er niemand te zien was. De man voelde een voet op zijn borst en haalde uit met zijn wandelstok. Daarna was de man verlost, maar hij zag niets. Hij was ook niet meer moe.
Bron
W. Luyts, Leuven, 1956
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
antwerps ('land van turnhout')
38
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Poppel   
