Hoofdtekst
Beschrijving
De pastoor van Korbeek-Dijle moest de laatste sacamenten naar een zieke gaan brengen. Toen de man bij de Dijle kwam, stelde hij daar tot zijn ontzetting vast dat de brug was verdwenen. De pastoor sprak tot de misdienaar: "Kom mee, ik weet een plaats waar een boom over het water ligt". Op die plaats bleek de boom echter verdwenen te zijn. Toen de twee terugkwamen, was de brug daar opnieuw. Bij zijn thuiskomst hoorde de pastoor zijn meid zeggen: "Ik kan geen boter maken, want het is allemaal schuim!" Daarop zei de pastoor: "Wacht even en dan zal het weer boter worden". Zo was het ook. Later werd de pastoor vermoord in zijn 'lommerhuis' (?) Bij zijn begrafenis zat het dak van de kerk vol zwarte katten.
Bron
A. Roeck, Leuven, 1950
Commentaar
2.2 Tovenaars
brabants (hageland)
258
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Laatste Sacramenten   
Naam Locatie in Tekst
Heverlee   
Plaats van Handelen
Dijle   
Korbeek-Dijle   
