Hoofdtekst
De paster van Ardooie prikte ne keer in de kerke da ze mosten utskeen met kwoad te spugen van achter in de kerke. Anders ga ik juldre noemen met noamen en toenoame. Ze zeien da ze met zeventien over de Koaibrugge mosten. Ton hèn ze begunnen het Sint-Jansevangelie te lezen. ’t Is ton zeere gebeterd. #13454
Beschrijving
Op een dag zei de pastoor tijdens de preek dat de mensen achteraan in de kerk moesten ophouden met kwaadspreken. Sinds het bestaan van het Sint-Jansevangelie is er veel minder kwaad in de wereld.
Bron
R. Callens, Leuven, 1968
Commentaar
2.1 Heksen
west-vlaams (tielt en izegem)
400
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Sint-Jansevangelie   
Naam Locatie in Tekst
Pittem   
