Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

STOP0309_0309_21522

Een sage (mondeling), 1964

Hoofdtekst

Z’èn hier twee broers anhoeden die van Langemark nor Rozebeke gingen met ulder peerden. Ze mosten dor deur’t bus gon nor huus en ze gerochten niet thuus. ’t Woren d’er twee van Westrozebeke. Z’èn gattakeerd geweest van Bakelandts volk. Z’èn stille gevollen in de dreve met ulder peerden voor èn hoop blaten. En ’t ging een van zijn peerd en den andern zorgde voor die peerden. En den deen die ofging, ging gon kijken nor dien hoop blaten want die peerden roken dadde. Is ‘ gelovelijk? ’t Is niet gelovelijk! En ’t zat dor e lijk oender. Z’èn toen olle twee gepakt geweest mor ‘k geloven dat er een e kunnen weglopen. Mor z’èn olle twee gegeseld geweest, bin (volgens) dat’k ik ol hoord èn enee?

Onderwerp

SINSAG 1320 - Andere Räubergeschichten.    SINSAG 1320 - Andere Räubergeschichten.   

Beschrijving

Twee broers uit Westrozebeke die te paard door het bos van Langemark naar Rozebeke reden, werden onderweg aangevallen door de bende van Bakelandt. Eén van de paarden was onrustig geworden toen het een hoop bladeren op de weg zag liggen. De man was afgestegen om te kijken wat er aan de hand was. Onder de bladeren vond hij een lijk. Op dat ogenblik werd de man vastgegrepen door rovers. Zijn broer kon vluchten.

Bron

S. Top, Leuven, 1964

Commentaar

4. Historische sagen
west-vlaams (vrijbos)
186C
fabulaat

Naam Overig in Tekst

Bakelandt    Bakelandt   

Bakelandt (bende van)    Bakelandt (bende van)   

bende van Bakelandt    bende van Bakelandt   

Naam Locatie in Tekst

Bikschote    Bikschote   

Plaats van Handelen

Langemark    Langemark   

Westrozebeke    Westrozebeke   

Rozebeke    Rozebeke