Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

LDHAE0010_0010_31172

Een sage (mondeling), 1975

Hoofdtekst

Weet ge wat Gories Mie altijd zei tegen de mensen als ze iemand kwaad aangedaan had omdat ze zo gaan frotten was? „Ge moogt dat tegen niemand zeggen dat ik u zou willen kwaad aandoen, want anders zouden ze mij kunnen in het gevang steken", zei ze. 't Was een schuie mete!Als we kleine kinderen waren en we gingen naar de kerk (vroeger gingen de kinderen veel naar de mis), want ons moeder zei altijd: “Ge moet naar de mis.” En als we naar de kerk gingen, dan zat zij daar ook, met haar wijde mantel en haar kap ... Al flodderen kwam ze buiten en ze moest altijd tegen iemand gaan lopen of wijwater geven. En iedereen was daar schui van. Iedereen vluchtte haar. Daarom staken ze ook paasnagels onder het hoofdkussen van het kind, omdat ze schui waren dat ze zouden aangeraakt worden van het slechte. En ze deden dat veel hoor!

Beschrijving

In Mater woonde een toveres die de mensen kwaad deed. Wanneer ze weer eens een slachtoffer had gevonden, sprak ze tot die persoon: “Je mag aan niemand vertellen dat ik je kwaad zou willen doen, want anders zouden ze mij in de gevangenis kunnen gooien”. De toveres zat altijd in de kerk met haar brede, wapperende mantel. Bij het verlaten van de kerk liep ze vaak tegen iemand aan of gaf ze iemand wijwater. Iedereen was bang voor de toveres en liep voor haar weg. Om hun kinderen te beschermen, staken de mensen paasnagels onder de hoofdkussens.

Bron

L. D'haeze, Leuven, 1975

Commentaar

2.1 Heksen
oost-vlaams (zuiden)
4F
Kindertijd van de informant
memoraat

Naam Locatie in Tekst

Mater    Mater   

Plaats van Handelen

Mater    Mater