Hoofdtekst
’t Was daar ne zekere keer, os ’t klaar was, ’t zaten sterren. ’t Zat daar olsan ’n sterre ip nen groten boom. Vader zegt tegen ’t mannevolk: "Ge moe nooi winken naar die sterre." ’t Was daar enen die zei: "’k Gaan ’t olgelijk doene." En ie winkt, en die sterre kwam gevlogen, en ie springt in huis, en ze slaat tegen de deure, en heel heuren hand stond d’rin.
Beschrijving
Op een dag zag men in Harelbeke sterren op een grote boom. Een man sprak tot zijn knechten: "Jullie moeten eens wenken naar die sterren". Toen één van de knechten dat had gedaan, kwam de ster aangevlogen. De knecht vluchtte naar binnen en de ster sloeg tegen de deur, waar ze een handafdruk achterliet.
Bron
G. Speecke, Leuven, 1959
Commentaar
1.3 Vuurgeesten
west-vlaams (menen en omstreken)
33
Vader van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Harelbeke   
Plaats van Handelen
Harelbeke   
