Hoofdtekst
Enne Patjakke, ’t werkvolk moste een keer al gaan naar den donkeren Ommegang. Ze mosten eerst de rugge binden, dat komt een beetje of voor oest (oogst). Maar ze kusten daar mee niet gedaan hebben, als ze gedaan hadden ze muchten gaan.Maar Patjakke stelde kraaien aan en ’t en muchte niemand ommekijken, - maar de vrouwmenschen, je weet hoe dat ze zijn, kurieus van alle duivels! - ’t hadde een moeten ommekijken en heur schoven waren blijven leggen en ze moste thuisblijven ’s achternoens.
Onderwerp
SINSAG 0750 - Andere Zauberei.   
Beschrijving
Enkele mensen moesten de geoogste rogge bijeenbinden vooraleer ze naar de donkere Ommegang konden gaan. Een tovenaar wilde een kraai al het werk laten doen op voorwaarde dat de mensen niet toekeken. Eén nieuwsgierige vrouw had echter toch stiekem gekeken. Daardoor was haar deel van het werk niet gedaan.
Bron
A.-M. Devynck, Leuven, 1965
Commentaar
2.2 Tovenaars
west-vlaams (franse grens)
366
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Ommegang   
donkere Ommegang   
Naam Locatie in Tekst
Haringe   
