Hoofdtekst
(Vervolg van 20272)18: Anders, lijk van de nekker, ik heb daarvan ook nog gehoord hé, dat dat … dat dat een reus was van een man, dat je zo moest kijken om hem te zien, en dat de mensen allemaal bang waren als ze hem zagen.X: Ja.18: Maar dat hij maar ’s nachts uitging.X: Ja.18: Zo, er zijn er veel die ’s nachts in hun bed zijn hé. Ha, ja, wij gingen de nekker niet zien, we gingen nooit uit.
Beschrijving
De nekker was een reus van een man, voor wie iedereen bang was.
Bron
M. Sohier, Leuven, 1982
Commentaar
1.2 Aardgeesten
west-vlaams (poperinge)
18B'
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Poperinge   
