Hoofdtekst
Mijn vader en zijn kameraden die gingen op de rut aan. En - neen mijn vader was er niet bij - zijn kameraden gingen dan op de rut aan. En die werden aangevallen door een grote zwarte kat en die had ogen gelijk ondertassen. En daarmee moesten ze teruglopen en ons vader ging hij halen en hij durfde niet doorgaan. En toen gingen ze dan terug. Die mens moest op de ijzerweg zijn daar en toen zei hij zo: 'Achter dat struikske', zei hij, 'daar is de kat achtergebleven.' En zo zei hij het, de kat vloog op hem. Met vier man altijd moesten ze maar slaan hè. En toen hebben ze de kat op het rood huisje, daar hebben ze de kat doodgehouwd met vier dikke eiken stokken. En dat had ogen gelijk vetschotels, zo ogen had ze. En toen 's anderendaags lag daarginds in de wei van Rozalie een oud wijfke dood, hihi.
Onderwerp
SINSAG 0640 - Hexentier verwundet: Frau zeigt am folgenden Tag Malzeichen.
  
Beschrijving
Enkele mannen werden aangevallen door een grote zwarte kat met ogen zo groot als schoteltjes. De mannen vluchtten snel weg om versterking te halen. Toen ze met z'n allen teruggingen, slaagden ze erin de kat met vier eiken balken dood te slaan in de weide van Rosalie. De volgende dag lag er op die plaats een dood vrouwtje.
Bron
W. Achten, Leuven, 1971
Commentaar
2.1 Heksen
midden-limburgs
i
Vader van de informant
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Rosalie   
Naam Locatie in Tekst
Hasselt   
