Hoofdtekst
Ossaerd is de vrijer.Zoë was der es e mesken en die vree mee ne jongen. En op nen avond dee die jongen da meske naar huis. Maar halverwegen zeet ij wacht efkes ‘k moet es gaan wateren. En terwijl hij weg was wier da meske deur den ossaerd aangerand maar ze hield ne zwarte satijnen doek veur heur en ze sloeg daarmee en den ossaerd ging lope.En toen heure vrijer terugkwam staken de vezels van die zwarten doek tussen zijn tanden en ze wist dadij den ossaerd was.
Onderwerp
SINSAG 0824 - Die verbrannte Haut (Gurt, Halsband)   
Beschrijving
Een jongen bracht op een avond zijn vriendin naar huis. Onderweg hield de jongen even halt omdat hij moest plassen. Tijdens de afwezigheid van de jongen werd het meisje door Ossaerd aangevallen. Ze sloeg met een zwarte satijnen doek naar Ossaerd en wist zo zichzelf te redden. Toen haar vriend terugkwam, zag het meisje dat de vezels van de satijnen doek tussen zijn tanden staken.
Bron
H. Verherstraeten, Leuven, 1970
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
oost-vlaams (noordelijk waasland)
56 (1)
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Ossaerd   
Naam Locatie in Tekst
Kemzeke   
