Hoofdtekst
Dat was ene van Diepenbeek en die ging met gebed om, die bad. Maar mijne jong, dat was ene! Daar liep iets rond het huis en als de jongen - die was getrouwd met haar zuster (wijst op echtgenote) - maar als die uitging, die zag nooit niks. Die zag niks, daar liep iets rond het huis maar die zag niks. Ja, toen zei hij, die oude mens: 'Ik zal eens uitgaan, dan is dat gedaan', zei hij. Maar gedaan was het met dat rond het huis te lopen. Hij is ook bij de burgemeester van Diepenbeek moeten komen voor dit en voor dat. 'Ik zal ze godverdomme wel vinden', zei die. En hij is bij de burgemeester van Diepenbeek moeten komen. Ja, dat was een vrouw en hij zette hem daar tegenop met gebed en de andere met slecht of dit of dat.
Beschrijving
Een tovenaar uit Diepenbeek kon door middel van een gebed de spoken rond iemands huis verdrijven. De tovenaar is zelfs een keer naar het huis van de burgemeester van Diepenbeek moeten komen.
Bron
W. Achten, Leuven, 1971
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
midden-limburgs
i
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Genk   
Plaats van Handelen
Diepenbeek   
