Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

RDEGE0195_0195_29779 - Variant

Een sage (mondeling), 1952

Hoofdtekst

Der was enen die nen toverboek hâ, - maar da zijn boeken waar da ge moet keunen mee omgaan. En diene vent heettege den oven en ie wier geware dat er iet was. En ie kwam in huis en ie vrieg aan zijn wijf waar da de zeune was. En ie gingt kijken en de zeune was bezig mee in dienen boek te lezen.En diene mens pakteg’ een zakske lijzaad, da es klein zaad hein, en ie goot dat in de mespoele en de duvels moesten dat daar uitrapen en terbinst koest ie dat ontdoen, ha ja, de duvels moesten eerst daarmee gedaan hebben eer da ze diene zeune koesten aan ’t gat gaan. As ge wilt in nen toverboek lezen, meugde oue mond niet doen open en toe gaan: ge moet mee ou ogen lezen.

Onderwerp

SINSAG 0751 - Der Zauberlehrling.    SINSAG 0751 - Der Zauberlehrling.   

Beschrijving

Een man die een toverboek bezat, kwam snel naar huis omdat hij instinctief voelde dat zijn zoon in zijn boek aan het lezen was. De man goot snel een zakje lijnzaad over de mesthoop, zodat de duivels de korreltjes er moesten uitrapen. Zolang de duivels dat werk niet hadden verricht, konden ze de zoon geen kwaad doen.
Als men in een toverboek wilde lezen, mocht men zijn lippen tijdens het lezen niet bewegen om de gelezen woorden te fluisteren.

Bron

R. De Geeter, Gent, 1952

Commentaar

2.3 Toverboeken
oost-vlaams (zuiden)
205
fabulaat

Naam Locatie in Tekst

Everbeek    Everbeek