Hoofdtekst
Ons moeder die had in Scherpenheuvel iets aan de hand gehad. Die had in Eksel gewoond als meid en ze was gelijk met de vrullie van Eksel en ze waren juist de kruisweg aan het doen, toen komt daar nen heer met een grote klak en die hing vol medalies en die vroeg aan mijn moeder: "Madam; mag ik het geluk hebben om met u de kruisweg te doen?" Ons moeder zei dat ze de kruisweg gelijks (sic) de anderen doen zou. Toen vroeg die heer dat nog eens en nog eens. Den derde keer ging ze mee. Toen op het laatste stonden ze voor het kruis met de heiligen onder en toen riep die heer op de doden en toen zei hij: "Tot in der eeuwigheid"! Toen was hij weg. Dat is echt gebeurd. Als ons moeder dat vertelde, moest ze nog altijd janken.
Beschrijving
Een vrouw uit Eksel gingen samen met enkele anderen op bedevaart naar Scherpenheuvel. Onderweg kwam de vrouw een heer tegen, die een grote pet met medailles droeg en vroeg: "Mevrouw, mag ik het geluk hebben om met u op bedevaart te gaan?" Aanvankelijk wilde de vrouw niet meegaan, maar toen de heer zijn vraag voor de derde keer stelde, ging de vrouw toch met hem mee. Toen het tweetal bij het kruis met de heiligen stond, riep de heer naar de doden: "Tot in de eeuwigheid!" Het volgende ogenblik was de heer verdwenen.
Bron
A. Princen, Leuven, 1965
Commentaar
5. Sagen - Legenden
limburgs (tussen hasselt en beringen)
583
Moeder van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Stokrooie   
Plaats van Handelen
Eksel   
Scherpenheuvel   
