Hoofdtekst
Nach(t)lichskes, die hadden kleedsjes aan en hoeppelden in ene ring rond. Vroeger waren doa huis (= huizen) met drie, vier trappen op en dan konden we ze tot in de beemden zien. We hoorden lawaait en zingen, zingen... dan zagen we ene hele hoop lichskes da(n)sen op enen hoop, allemaal juffrouwkes. - 'Laat o(n)s eens fluiten, riep ene, mè dan rap binnen!' Ze kwamen rech(t) tegen de deur op en dan waren ze weg, het schemerde nog eens. - 'Willen we t'rop af gaan?' zei toen ene. En wè mee (= hoe meer) we bijgingen, het ging altijd a(ch)teruit op 't ander beregske. In de bemme (= beemden) op het beregske a(ch)ter 't Jeker, doa hoorden we zjus muziek.
Onderwerp
SINSAG 0212 - Spötter pfeift Feuermann heran
  
Beschrijving
Vroeger zag men in de beemden vaak dwaallichtjes die een jurkje droegen en in een kring dansten en zongen. Wanneer men naar de dwaallichtjes floot en dan snel naar binnen ging, dan vlogen de lichtjes tegen de deur aan. Enkele jongens die de dwaallichtjes van dichtbij wilden zien, hoorden mooie muziek op het bergje achter de Jeker. Naarmate de jongens verder gingen, leken de dwaallichtjes zich ook verder en verder van hen te verwijderden.
Bron
M. Dreezen, Leuven, 1967
Commentaar
1.3 Vuurgeesten
limburgs (tongeren en omstreken)
97
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Sluizen   
Plaats van Handelen
Jeker (rivier)   
