Hoofdtekst
De tempeliers hen gunter nog gezeten op den kasteelhoek. Da was ook een tempeliershof. En de die baktigen binst dan de mensen slaaptigen. En ze kwamen de mensen wakker maken. Bakken en kernen en schuren, dansen en springen en muziek houden. En ot ’s nuchtings (’s morgens) was ge zaagt nietsmendalle danze entwaar aangekomen waren.
Beschrijving
In een Tempeliershof hoorde men 's nachts geluiden alsof er werd gebakken, gekarnd en geschuurd. Men hoorde ook muziek waarop werd gedanst en gesprongen. De volgende ochtend was van dat alles niets meer te zien.
Bron
O. Mattheeuws, Leuven, 1963
Commentaar
4. Historische sagen
west-vlaams (grens oost- en zeeuws-vlaanderen)
492
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Tempeliershoeve   
Naam Locatie in Tekst
Beernem   
