Hoofdtekst
Oe min vader in Frankrijk wrochte in d’eerde, hêd ne ne keer ne boek gekregen van een oud vrouwmens van gunter, ne bijbel in ’t Vlaams en je brochte hem dat mee, en ik zei: "Steek dat maar goed weg, want dat es verzekers ne slechte boek." En Mance Croix had ne keer gekommen en dat gezien, en z’had dat voortverteld aan de kapelaan, en den deen wos niet kontent. En ’t moet toch entwodde geweest hèn want geen weke later brandde heel oes huus of en de kapelaan zei: "Ge meugt ol ’t water van heel Zullebeke hèn, ge gaat ne toch niet kunnen blussen en de geestelijken kunnen pertank den brand tegenhouden, maar da scheelde garantie aan dien boek. Ge ziet wel, ol die boeken, ‘k en zou daar nooit in kijken.
Beschrijving
Een man die in Frankrijk werkte, kreeg een boek van een oude vrouw. Het was een Nederlandstalige bijbel. Van zijn zoon kreeg de man de raad om het boek te verbergen, want het zou wel eens een slecht boek kunnen zijn. Op een dag had een vrouw het boek toch gezien en ze had de kapelaan erover ingelicht. Deze laatste was allerminst tevreden.
Nog geen week later brandde het huis helemaal af. De kapelaan sprak: "Je mag al het water van Zillebeke hebben, dan nog zal je de brand niet kunnen blussen".
Dat moet dus inderdaad een slecht boek zijn geweest.
Nog geen week later brandde het huis helemaal af. De kapelaan sprak: "Je mag al het water van Zillebeke hebben, dan nog zal je de brand niet kunnen blussen".
Dat moet dus inderdaad een slecht boek zijn geweest.
Bron
M. Reynaert, Leuven, 1965
Commentaar
2.3 Toverboeken
west-vlaams (ieper)
237
Vader van de informant
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Nederlandstalig   
Naam Locatie in Tekst
Zillebeke   
Plaats van Handelen
Zillebeke   
Frankrijk   
