Hoofdtekst
’t Was hier ip ’n hofsteedje dan ze gin beuter mi kosten kriegen. De paster kwaam da belezen, je gienk roend de bilk toe da ze were beuter aan. En van ton of èn ze der oltied hèt.
Beschrijving
Op een boerderij in Oudenburg kon men geen boter meer karnen. Een pater kwam de boerderij overlezen en liep rond de weide tot de mensen weer boter hadden. Daarna hebben de mensen op die boerderij nooit meer problemen gehad bij het karnen.
Bron
M.-R. Nijsters, Leuven, 1969
Commentaar
2.2 Tovenaars
west-vlaams (nw van houtland)
95.5
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Oudenburg   
Plaats van Handelen
Oudenburg   
