Hoofdtekst
I -En van terugkerende doden hebt ge daar iets van gehoord. II -Doden die weerkeren.13 H -Ja, (aarzelend) dat wierd gezegd, maar ik, ze hebben van ze (zijn / hun) leven geen gezien g’heel zeker hé.I -En wat wierd er dan verteld, wat zeiden de mensen?13 -Ah dat hij ook weerkeerde, dat het ook een was die met de duivel te doen ôt (had) of zoiets hé. Zeg in die tijd. 13 I -En dat een vrouwmens (de vermeende heks, Mélanie De Groote - De Geyter) dat was een geleerd vrouwmens en ze meenden zij (dat het een heks was). Allez, allez! Ik kan mij daar niet aan uit van toverheksen en spoken.
Beschrijving
Een vrouw die geleerd was, werd ervan verdacht een heks te zijn.
Bron
C. De Winne, Leuven, 1999
Commentaar
2.1 Heksen
oost-vlaams (groot-zottegem)
13I
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Velzeke   
