Hoofdtekst
Er was hier een vrouwtje – daar waar die stalkaars zich zette – die alles afleesde. Dat is echt, want wij hebben dat nog gezien. En dat was van een pastoor die haar dat geleerd had. Ge kent die pastoorsschoenen, met die zilveren gespen op. Ze had zo'n gesp gevonden van een pastoor. En die had haar dat geleerd. Ze ging gaan bedevaarten, ze kon redelijk veel, dat is waar, want mijn nonkel zou graag soldaat geweest zijn. Dat was toen nog te loten. En mijn grootmoeder had dat Melanietje [Muisont], aangesproken om dat af te lezen. „Hij wil niet mee", zei ze. En hij had een twijfellot, dat was nocht het één noch het ander. Viel er iemand uit, dan zou mijn nonkel soldaat moeten zijn. Maar hij is het niet geweest. En hij was omdat hij niet mee wilde, dat hij een twijfellot had. Ze heette Melanietje Muisont. Er waren daar veel mensen benauwd van. Maar bij ons grootmoeder kwam ze koffie drinken.
Beschrijving
In Sint-Denijs-Boekel woonde een vrouw die ziektes kon overlezen. Ze had dat geleerd van een pastoor. Veel mensen waren bang voor die vrouw. Een moeder wiens zoon graag soldaat wilde worden, ging bij die vrouw te rade. Omdat haar zoon niet met haar mee wilde komen, trok hij een ‘twijfellot’. Dat betekende dat hij enkel soldaat mocht worden als er iemand anders wegviel. De jongen is geen soldaat geworden.
Bron
L. D'haeze, Leuven, 1975
Commentaar
2.1 Heksen
oost-vlaams (zuiden)
102G
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Sint-Denijs-Boekel   
Plaats van Handelen
Sint-Denijs-Boekel   
