Hoofdtekst
De viool
Op 16 januari was mijn schoonvader jarig, iedereen was er, kinderen, ooms en tantes, een paar neven en nichten en dan nog enkele kennissen. Dit zoals dat in de Amsterdamse Jordaan gebruikelijk is. Hij werd 60 en dus werd deze verjaardag wat uitgebreider gevierd dan normaal. Na de koffie kwam er al snel wat sterkers op tafel, na de voetbalbespreking en het politieke debat werd overgegaan naar de moppenronde. Hoe verder de avond vorderde, steeg ook de stemming, niet in de laatste plaats door de ingenomen spiritualien.
Het zal een uur of 10 geweest zijn toen Ome Henk ineens riep: "He Bart" (dat is mijn zwager) "jij kunt toch viool spelen?"
"Nou," zegt Bart, "dat is wat sterk uitgedrukt."
"Nou," roept Ome Henk weer, "ik heb andere verhalen gehoord"
Waarbij hij bijval kreeg van enkele andere familieleden.
"Jongens," zegt Bart, "ik heb dat ding toch niet bij me, daar loop ik toch niet mee naar een verjaardag?"
Even was het stil, tot ineens neef Willem opmerkte: "Op één hoog woont toch die vioolspeler Gerrit die op de brug speelt bij het Centraal Station?"
Iedereen valt hem bij en Bart moet die viool maar even gaan lenen, want we willen nou wel eens horen of Bart het nu echt kan je of nee.
Zegt m'n schoonvader: "Jongens, schei uit met die onzin. Dat is Gerrit z'n boterham en die geeft hij niet uit handen."
"O nee?" roept neef Willem, "moet jij eens zien wat hij doet voor een fles jenever!"
Voordat iemand hem kan tegenhouden, pakt hij een net aangebroken fles jenever en is de trap al af naar één hoog.
"Die krijgt hij van z'n levensdagen niet," zegt Bart.
Maar binnen de kortste keren is Willem weer terug, en ja hoor; mèt de viool en zonder fles jenever. Dus Bart was niet zo goed of hij moest wel spelen. Na het hele ritueel van de snaren op de juiste spanning brengen, of hoe dat ook heten mag, begint Bart te spelen.
Het moet gezegd, niet eens onverdienstelijk, zelfs bekende melodieën. De stemming zat er al goed in, en werd alleen maar beter. Zelfs werd, zo goed en zo kwaad als dat ging, de polonaise ingezet, en het gezang was niet van de lucht.
Op een gegeven moment roept Bart: "Jongens, even een pauze, want ik moet eerst m'n keel smeren" en legt de viool op een stoel.
Daar kon iedereen zich wel in vinden, dus ploffen ze allemaal op hun stoel, ook tante Annie, juist ja, op de stoel met de viool.
Een hevig gekraak was het gevolg en opeens werd het doodstil... Tot m'n schoonvader de stilte verbreekt met een paar kernachtige woorden, waar geen woord Frans bij zat.
Ja, wie ging het Gerrit vertellen? Iedereen vond dat Willem dat zelf moest doen, maar Willem deed dat voor geen goud. Wie dan wel? Niemand was bereid naar beneden te gaan met deze boodschap.
Opeens zegt Ome Bertus: "Jongens, we doen allemaal wat in de hoge hoed en als er maar genoeg in zit, gaat er vast wel iemand. Alleen moeten we een goed verhaal hebben. En anders loten we."
Zo werd afgesproken.
Na een half uur was het verhaal het volgende geworden: Degene die naar beneden moest, uiteraard met de gebroken viool, zou zingend de trap afgaan. Als hij dan nog een paar treden van één hoog af was, zou hij zich laten vallen en gaan liggen kermen. Gerrit zou dan naar buiten komen en hem zien liggen en Gerrits woede zou, zo was de gedachte, wat milder zijn. Maar ondanks het, voor die tijd, niet onaanzienlijke bedrag van Fl. 73,=, was er niemand bereid deze missie op zich te nemen. Na loting, en hoe bestaat het, was Willem de klos, of er Hogere machten in het spel waren, leek het wel. En nog altijd verdenk ik m'n schoonvader ervan dat hij even voor die Hogere macht gespeeld heeft.
Even later vertrekt Willem met lood in z'n schoenen naar beneden. Vanaf drie hoog waren dat twee trappen. Zo goed en zo kwaad als dat ging stonden we elkaar te verdringen boven aan de trap. En ja hoor: Ineens horen we een gebolder en een gegil; dat was Willem met z'n act. Maar het gegil duurde wel erg lang naar onze mening... Gerrit had allang de deur open moeten hebben, en Willem maar gillen...
Op een gegeven moment zijn we naar beneden gegaan, en daar lag Willem met een van pijn vertrokken gezicht. We dachten nog: Hij speelt het wel goed! En Willem maar gillen. Toen iemand hem overeind wilde trekken, begon hij nog harder te gillen. Wat was het geval? Hij had echt een dubbele beenbreuk. En wat denk je? Gerrit was niet thuis; die had z'n wekelijkse klaverjasavond.
Zoals U ziet: niet elke verjaardag hoeft even saai te zijn. Maar ik zeg het eerlijk: Dit hoop ik nooit meer mee te maken.
Op 16 januari was mijn schoonvader jarig, iedereen was er, kinderen, ooms en tantes, een paar neven en nichten en dan nog enkele kennissen. Dit zoals dat in de Amsterdamse Jordaan gebruikelijk is. Hij werd 60 en dus werd deze verjaardag wat uitgebreider gevierd dan normaal. Na de koffie kwam er al snel wat sterkers op tafel, na de voetbalbespreking en het politieke debat werd overgegaan naar de moppenronde. Hoe verder de avond vorderde, steeg ook de stemming, niet in de laatste plaats door de ingenomen spiritualien.
Het zal een uur of 10 geweest zijn toen Ome Henk ineens riep: "He Bart" (dat is mijn zwager) "jij kunt toch viool spelen?"
"Nou," zegt Bart, "dat is wat sterk uitgedrukt."
"Nou," roept Ome Henk weer, "ik heb andere verhalen gehoord"
Waarbij hij bijval kreeg van enkele andere familieleden.
"Jongens," zegt Bart, "ik heb dat ding toch niet bij me, daar loop ik toch niet mee naar een verjaardag?"
Even was het stil, tot ineens neef Willem opmerkte: "Op één hoog woont toch die vioolspeler Gerrit die op de brug speelt bij het Centraal Station?"
Iedereen valt hem bij en Bart moet die viool maar even gaan lenen, want we willen nou wel eens horen of Bart het nu echt kan je of nee.
Zegt m'n schoonvader: "Jongens, schei uit met die onzin. Dat is Gerrit z'n boterham en die geeft hij niet uit handen."
"O nee?" roept neef Willem, "moet jij eens zien wat hij doet voor een fles jenever!"
Voordat iemand hem kan tegenhouden, pakt hij een net aangebroken fles jenever en is de trap al af naar één hoog.
"Die krijgt hij van z'n levensdagen niet," zegt Bart.
Maar binnen de kortste keren is Willem weer terug, en ja hoor; mèt de viool en zonder fles jenever. Dus Bart was niet zo goed of hij moest wel spelen. Na het hele ritueel van de snaren op de juiste spanning brengen, of hoe dat ook heten mag, begint Bart te spelen.
Het moet gezegd, niet eens onverdienstelijk, zelfs bekende melodieën. De stemming zat er al goed in, en werd alleen maar beter. Zelfs werd, zo goed en zo kwaad als dat ging, de polonaise ingezet, en het gezang was niet van de lucht.
Op een gegeven moment roept Bart: "Jongens, even een pauze, want ik moet eerst m'n keel smeren" en legt de viool op een stoel.
Daar kon iedereen zich wel in vinden, dus ploffen ze allemaal op hun stoel, ook tante Annie, juist ja, op de stoel met de viool.
Een hevig gekraak was het gevolg en opeens werd het doodstil... Tot m'n schoonvader de stilte verbreekt met een paar kernachtige woorden, waar geen woord Frans bij zat.
Ja, wie ging het Gerrit vertellen? Iedereen vond dat Willem dat zelf moest doen, maar Willem deed dat voor geen goud. Wie dan wel? Niemand was bereid naar beneden te gaan met deze boodschap.
Opeens zegt Ome Bertus: "Jongens, we doen allemaal wat in de hoge hoed en als er maar genoeg in zit, gaat er vast wel iemand. Alleen moeten we een goed verhaal hebben. En anders loten we."
Zo werd afgesproken.
Na een half uur was het verhaal het volgende geworden: Degene die naar beneden moest, uiteraard met de gebroken viool, zou zingend de trap afgaan. Als hij dan nog een paar treden van één hoog af was, zou hij zich laten vallen en gaan liggen kermen. Gerrit zou dan naar buiten komen en hem zien liggen en Gerrits woede zou, zo was de gedachte, wat milder zijn. Maar ondanks het, voor die tijd, niet onaanzienlijke bedrag van Fl. 73,=, was er niemand bereid deze missie op zich te nemen. Na loting, en hoe bestaat het, was Willem de klos, of er Hogere machten in het spel waren, leek het wel. En nog altijd verdenk ik m'n schoonvader ervan dat hij even voor die Hogere macht gespeeld heeft.
Even later vertrekt Willem met lood in z'n schoenen naar beneden. Vanaf drie hoog waren dat twee trappen. Zo goed en zo kwaad als dat ging stonden we elkaar te verdringen boven aan de trap. En ja hoor: Ineens horen we een gebolder en een gegil; dat was Willem met z'n act. Maar het gegil duurde wel erg lang naar onze mening... Gerrit had allang de deur open moeten hebben, en Willem maar gillen...
Op een gegeven moment zijn we naar beneden gegaan, en daar lag Willem met een van pijn vertrokken gezicht. We dachten nog: Hij speelt het wel goed! En Willem maar gillen. Toen iemand hem overeind wilde trekken, begon hij nog harder te gillen. Wat was het geval? Hij had echt een dubbele beenbreuk. En wat denk je? Gerrit was niet thuis; die had z'n wekelijkse klaverjasavond.
Zoals U ziet: niet elke verjaardag hoeft even saai te zijn. Maar ik zeg het eerlijk: Dit hoop ik nooit meer mee te maken.
Beschrijving
Op de verjaardag van iemands schoonvader wordt zijn zwager door een neef uitgedaagd om viool te spelen. De viool wordt geleend bij de benedenbuurman. Zwager Bart speelt de sterren van de hemel. Als hij even rust neemt en de viool op een stoel legt, gaat een tante op de viool zitten. Iemand moet het slechte nieuws aan de eigenaar brengen. Er wordt geloot. De uitdager is het haasje. Men verzint een plan. De uitdager moet met de viool van de trappen vallen om zo de woede van de eigenaar te verzachten door medelijden te krijgen met het slachtoffer. De neef valt van de trap en begint erbarmelijk te schreeuwen. Hij heeft echt zijn been gebroken. De eigenaar blijkt niet thuis. Hij is klaverjassen.
Bron
Brief, archief MI
Commentaar
27 december 1998
Naam Overig in Tekst
Bertus   
Bart   
Willem   
Annie   
Gerrit   
Naam Locatie in Tekst
Amsterdam   
Jordaan.   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:22
