Hoofdtekst
ik heb ene man gekând; en dê vrouw was gebrekkelijk; en hem zei: "doe oegen ring es öt"; en ze nam hem in huir vöst; en huir hând viel oupe en dô was ne patât in; en hem zei: "Doe oeg hând trug tâ"; en dan viel ze wir oupe: en dô lag wir ne ring in.
Onderwerp
SINSAG 0750 - Andere Zauberei.   
Beschrijving
Een man sprak tot zijn vrouw: "Doe je ring eens uit". De vrouw schoof de ring van haar vinger en nam hem in haar vuist. Toen de vrouw haar hand opendeed, lag er een aardappel op haar handpalm. Even later veranderde de aardappel opnieuw in een ring.
Bron
A. Abeels, Leuven, 1965
Commentaar
2.2 Tovenaars
limburgs (sint-truiden)
529
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Gelinden   
