Hoofdtekst
‘k Heb dat horen vertellen van Dilie, die nu dood is, zijn grootmoeder. En ze weunden zilder ten uitkante, ievers in Deerlijk. En ‘ne zeune van daar was getrouwd. En hij ging overdag gaan werken en zijn vrouwe was thuis."Maar jongen", zegt ze op ‘nen zekeren avond, "dat is toch raar", zegt ze, "van als ge weg zijt, komt er hier altijd ’n wijveke voor de deure staan en ’t loopt hier rond". "En", zegt ie, "welk ’n wijveke is dadde?" - "Ewel", zegt ze, "ze heeft zwarte kloufen aan en ’n blauwe schorte, met ‘ne strek der in gestreken." - "Verdomme", zegt ie, "’t is mijn moeder!" - "Hoe, ’t is uw moeder?"En daarvan geklapt tegen zijn broere. En ze hadden beloofd als ze stierf, van naar Machelen te gaan dienen en twee levende herten (= harten) op te offeren - dat kosten ’ne koppel duiven zijn of konijnen - en ze staken dat in ’n mande, en ze gaven dat af. En dat was toen om weg te geven aan de armen. En ze hadden dat vergeten, ze hadden dat niet gedaan.En ze gingen zere naar Machelen, en ze deden wat ze moesten doen.En ’s nachts, als hij thuis was, heel de plaatse waarin dat ze sliepen, dat kwam alzo verlucht, allé, in lijk ‘nen hemelse schijn.En ze hebben dat wijveke - zijn moeder dus - nooit nie meer gezien.
Onderwerp
SINSAG 0402 - Die versäumte Wallfahrt (Messe, Gabe)   
Beschrijving
Een vrouw uit Deerlijk sprak 's avonds tot haar man die terugkwam van zijn werk: "Dat is toch vreemd. Wanneer jij naar je werk vertrekt, verschijnt er hier een vrouwtje dat voor de deur komt staan en de hele tijd heen en weer loopt". Toen de man vroeg hoe dat vrouwtje eruitzag, vervolgde zijn echtgenote: "Ze draagt zwarte klompen en een blauwe schort met een strik". Daarop zei de man: "Verdomme, het is mijn moeder!" De man herinnerde zich dat hij en zijn broer hadden beloofd om bij de dood van hun moeder op bedevaart te gaan naar Machelen en daar twee levende harten (bv. van duiven of konijnen) te offeren. Nadat de broers dat hadden gedaan, werd hun kamer 's nachts verlicht door een hemelse schijn. Daarna is de dode moeder nooit meer verschenen.
Bron
F. Van Houdenhove, Leuven, 1967
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (tussen schelde en leie)
214
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Tiegem   
Plaats van Handelen
Machelen   
Deerlijk   
