Hoofdtekst
36 J -Dat was de beer dragen zein (zegden) ze, dat waren mannen die hulder (hun) verkleedden. Dat was ook allemaal deugnieterij, hé, met een berenvel of een vel op hun en als ze ieverst ( ergens) ene ... . Ach ja ge zaagt ze niet want ‘t was overal pekdonker en ze sprongen op de mensen hunne rug en die moesten hen een eind verder dragen en daar sprongen ze er thuns (dan) af en thuns (dan) ook als ge dat ook hoorden en hij zweette en ‘t zweet liep zijn wezen (gezicht) af die beer te dragen, ja dé ! (lacht)I -En hebt ge zo nooit gehoord van iets dat op u kroop als ge in uw bed lag, dat u trachtte te versmoren en dat noemden ze ook de maar of iet.36 -Ja? Nee, nee, ge kunt vantijds (soms) raar dromen hé, ja dat ge op den duur zou je peinzen dat waar is maar die ...I -Maar zeiden de mensen vroeger niet dat ge uw kloppers niet gekruist moest zetten of zoiets onder uw bed, of dat kwaad er zou ingekropen zijn.36 -Ah, maar wat onnozelheid hoorde ge gij, maar dat waren allemaal leugens ‘k zeg het, de ene maakte de andere schou (bang), dat waren allemaal gepeizen (gedachten). Ge ziet gij wel maar dat tovert nu nergens niet meer. En als er een klein kind ieverst (ergens) niet goed was, of ‘t een of ‘t ander : Ah, ik zou er ne keer (eens) bij de paters mee gaan, en oh, en ge zoudt ginder gaan bedevaarten.I -Mh, ja.36 -Voor alle ziekten of plagen waren er beewegen.
Onderwerp
SINSAG 0252 - Plagegeist lässt sich tragen   
Beschrijving
Soms gebeurde het dat grapjassen zich met een berenvel verkleedden om in het donker een voorbijganger te bespringen en zich een eindje te laten dragen. Het slachtoffer was dan helemaal bezweet.
Bron
C. De Winne, Leuven, 1999
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
oost-vlaams (groot-zottegem)
36J
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Erwetegem   
