Hoofdtekst
Ze woren doende met kaarten met tween. Z’hielden mekander twee euren bezig en ommèkeer Bakelandt ging nor huus, zo gezeid. Je wachtte dat koeiboertje of en otten juuste d’erbij kaam, enne peinsde dat boertje zijn geld, vuufhoenderd frank, te pakken mor dat boertje wos slimmer of Bakelandt want dat boertje pakte Bakelandt enne smeten in de beke. Bakelandt e toen dikkens gezeid: "Akke niet kunnen zwemmen, ‘k wos er an." Enn’e toen dat boertje gon bezoeken ’s anvonds en zijn geld gepakt. Enn’e toen e koorde vaste gemakt in de kave en dat boertje doran hangen met zijn voeten omhoge en zijn hoofd omlege. Enn’e toen e vier gemakt – dat stoend ollemale in de grote boek mor j’had ook de kleen mor dorin stoend er den helft niet in – e klene vlamme mor geweldig vele rook toetdatten versmacht wos.
Onderwerp
SINSAG 1320 - Andere Räubergeschichten.   
Beschrijving
Een boer had twee uur gekaart met een man van wie hij niet wist dat het een rover van Bakelandt was. Op zeker ogenblik deed Bakelandt alsof hij naar huis ging. Hij wachtte de boer echter op om hem vijfhonderd frank af te nemen. De boer slaagde er echter in Bakelandt in de beek te gooien. Later zei Bakelandt over dat voorval: "Als ik niet kon zwemmen, dan was ik dood geweest!" Bakelandt is 's avonds naar het huis van de boer getrokken en heeft hem met zijn voeten omhoog in de schoorsteen gehangen. Daarna heeft hij het vuur aangestoken. Door de geweldige rookontwikkeling is de boer gestorven.
Bron
S. Top, Leuven, 1964
Commentaar
4. Historische sagen
west-vlaams (vrijbos)
83A
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Bakelandt   
Bakelandt (bende van)   
bende van Bakelandt   
Naam Locatie in Tekst
Woumen   
