Hoofdtekst
Doa heb ich ook al van gehoord van de maar; dat zat op oech (= U) en dan kon zje niemee voert. Dat heb ich dek (= dikwijls) horen zeggen, dan had zje genen oijem (= adem) mee(r) of zo.
Onderwerp
SINSAG 0291 - Mensch von Mahr beritten   
Beschrijving
De maar kwam 's nachts op de mensen liggen, waardoor ze niet meer konden ademen.
Bron
M. Dreezen, Leuven, 1967
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
limburgs (tongeren en omstreken)
265
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Riksingen   
