Hoofdtekst
Die toveressen o j’ d’r entwadde naar toe smeet, lijk n’een apple of een spekke, ton knepen ze ulder benen. Ze zitten met God en d’heiligen tussen ulder tanden voor de mensen te verleiden. O ze aan joe kwamen, moest je ze ne slag geven en zeggen: "God loon," en ton waren ze overmand.
Beschrijving
Als men een appel of een stuk spek naar een toveres gooide, dan kneep de toveres haar benen dicht. Toveressen spraken vaak over God en over heiligen om de mensen te misleiden. Wie door een toveres werd aangeraakt, moest terugslaan en zeggen: "God loon".
Bron
P. Vandewalle, Leuven, 1968
Commentaar
2.1 Heksen
west-vlaams (o van houtland)
397
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Egem   
