Hoofdtekst
Der was vroeger in Tiegem ’n tovermete en ze ging om met den duivel, ze had altijd ’n lange zwarte kapmantel aan en hij rook naar pek en teer. Er was niemand die ’s avonds op haar hof durfde gaan want ze zeggen dat ’t daar spookte.Zij kweekte padden die op Sint-Baafsnacht zo groot groeide als kattejongen. En mensen die het kunnen weten zeggen, dat het er alle morgen krioelde van ongedierte, want Line liet ze elke nacht binnen langs ’t gootgat.Line had ook ’n zoon gehad maar hij was gestorven van ’t vuur in de buik (blindedarmontsteking). Want wie met de duivel omgaat, mag vuur verwachten.
Onderwerp
SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste   
Beschrijving
In Tiegem woonde een toverheks die altijd een zwarte kapmantel droeg, die naar pek en teer rook. Die heks ging om met de duivel en kweekte padden die op Sint-Baafsnacht zo groot werden als kattenjongen. In het huis van de heks krioelde het iedere ochtend van het ongedierte, want de padden mochten binnenkomen langs het afvoergat voor het water. De zoon van de heks was gestorven aan een blindedarmontsteking. Zoiets kon men wel verwachten als men met de duivel omging.
Bron
F. Van Houdenhove, Leuven, 1967
Commentaar
2.1 Heksen
west-vlaams (tussen schelde en leie)
332
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Sint-Baafsnacht   
Naam Locatie in Tekst
Avelgem   
Plaats van Handelen
Tiegem   
