Hoofdtekst
Dat zijn mensen gelijk wij, weerwolven. Gij zijt nu mens en als ge ne band omdoet dan zijt ge weerwolf. Zo was dat . 't Is gebeurd dat ze er enen uitloerden, ze zagen hem 'n muttersmijt (mutsaardmijt) opklimmen en hij kwam er af als hond. Nu werd dat bekend gemaakt aan Mijnheer Pastoor en ze wisten die band zitten. Ze stuurden hem wijd, wijd van huis weg en den hoven heet gemaakt. Ja, als hij zijne band kwijt was dan was zijn ambt gedaan. En ze doen den hoven open om de band op te branden en hij staat er bij, hij wilt hem achterna. Toen hebben ze hem vastgehouden en hij was blij dat hij er van af was, want zelf konden ze daar nie van af geraken.
Onderwerp
SINSAG 0824 - Die verbrannte Haut (Gurt, Halsband)   
Beschrijving
Sommige mensen hadden een speciale halsband waarmee ze zichzelf in een weerwolf konden veranderen. Op een dag zag men hoe een man een mutsaardenmijt opklom en even later naar beneden kwam in de gedaante van een hond. Toen men de halsband van de weerwolf had ontdekt, liet men de pastoor komen en stuurde men de man ver weg. Op het ogenblik dat de halsband in het vuur werd gegooid, stond de weerwolf bij de oven om zijn band te redden. Terwijl de halsband opbrandde, moest men de weerwolf stevig vasthouden. Uiteindelijk was de man dolgelukkig omdat hij verlost was.
Bron
I. Kenens, Leuven, 1957
Commentaar
1.6 Weerwolven
limburgs (noord-west)
298
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Achel   
