Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

SVANB0336_0336_13042

Een sage (mondeling), 1969

Hoofdtekst

“r E gebeurd ol de kanten van Weupen: de propertaresse van d’hofstee gieng me neur pèrd en karre no neur hofstee ter Hille. En zegt de koetsier: “me Gods wille me zien an ter Hille”. En de boerinne zeil “me Gods wille of zoender Gods wille me gon der olgeliek nie kom”. En an de brugge ze zakten derin en de koetsier bleef an de brugge hang. Ie bleef leven en d’ander waoren weg. Ze zeggen dat die pit gin groend en et. ‘k En dat hoord ol werken me menschen die van de streke waoren.

Beschrijving

Een boerin uit Wulpen reed met paard en kar ergens naartoe. Onderweg sprak de koetsier: "Met Gods wil zijn we er bijna", waarop de boerin antwoordde: "Met Gods wil of zonder Gods wil, we zijn er in ieder geval bijna". Het volgende ogenblik zakte de brug in en verdween de koets in de diepte. De koetsier kon zich nog net aan de brug vasthouden en was gered. De put waarin de koets is weggezakt, zou geen bodem hebben, zo vertelde men.

Bron

S. Van Bael - Lehouck, Leuven, 1969

Commentaar

4. Historische sagen
west-vlaams (bachten de kupe)
802
fabulaat

Naam Locatie in Tekst

Wulveringem    Wulveringem   

Plaats van Handelen

Wulpen    Wulpen