Hoofdtekst
dô was enem boer mê 6 keinger; en ’s merges ging hem vrug eweg; en dee kreig oek e vuile tusse z’n biene; mo dee heit hem ni geslege; en da vuilen hei geloeupe tot een krösbôn wô e kapelleke stond; en dö kon het ni vedder gon; en de man is ziek gewôde en is ervan gestörve.
Onderwerp
SINSAG 0333 - Spuktier erschreckt Wanderer (und begleitet ihn).   
Beschrijving
Een boer die zes kinderen had, ging 's morgens ergens naartoe. Onderweg werd de man voortdurend gehinderd door een kalf dat tegen zijn benen op liep. Het dier heeft de boer gevolgd tot bij een kapelletje op een kruispunt. De boer is kort daarop ziek geworden en gestorven.
Bron
A. Abeels, Leuven, 1965
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
limburgs (sint-truiden)
171
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Gelinden   
