Hoofdtekst
Dat gaat over mij. Ik was betoverd, ik werd altijd maar zieker en dat beterde niet. En mijn vader ging naar de pastoor en de pastoor beleesde mij. En als hij weg was moest hij meegaan met de pastoor tot aan het hekken en dan mocht hij terugkomen. En dan vroeg ik aan mijn ma: “Vraag aan papa waar ik ben…” En ik was al zolang ziek en ’k was plots genezen. En daartussen (als mijn pa die pastoor gaan halen was) was mijn ma in de kleerkast gegaan en ze zag een kleedje hangen van mij. En ze had dat kleedje vastgepakt en ze had gezegd : „Ocheren, mijn kind, zult ge dat nog ooit kunnen aandoen?" Omdat ze dacht dat ik ging sterven en als ze dat zei hoorde ze opeens drie kloppen op de kast. En ze was serieus geschrokken. Mijn peter was daar ook maar hij sliep, die heeft dus niets gehoord. Maar zij zei dat het de duivel was. En ze had dat gezegd aan de pastoor en die had gezegd: „'t Is iets dat niet van God komt".
Onderwerp
SINSAG 0456 - Der Poltergeist im Hause   
Beschrijving
In Sint-Denijs-Boekel woonde een meisje dat erg ziek was. De vader van het meisje ging de pastoor halen. Terwijl de man weg was, deed de moeder de kleerkast van haar dochter open. Ze nam één van de kleedjes van het kind vast en zei: “Och kind, zal je dat ooit nog kunnen dragen?” Daarna werd er driemaal op de kast geklopt. Enige tijd later kwam de pastoor het meisje overlezen. Toen de moeder vertelde over het geklop dat ze had gehoord, zei de pastoor: “Dat is iets dat niet van God komt”. Daarna is het meisje genezen.
Bron
L. D'haeze, Leuven, 1975
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
oost-vlaams (zuiden)
101A
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Sint-Denijs-Boekel   
Plaats van Handelen
Sint-Denijs-Boekel   
