Hoofdtekst
Moeder haar zuster, die was in dienst onder de Walen in Moemal (= Monmalle). Hare jong was dood, hij was ziek geworden en was gestoreven. Zijn moeder beloofde ene bedevaart. Enen avond gaat ze water halen aan de bron in de wei, toen zag ze hem in de böem (= bomen) wei (= zoals) ze hem in de zerek gezatte (= gezet) had. Ze bleef rech(t) staan en ze verschrikte haar: 'Zijt zjè dat Martin?' - 'Ja moeder ' - 'Wa komt zje hier doen?' - 'Zje he(b)t ene bedevaart beloof(d) gehad en as zje die doet, ben ich vrij uit het vagevuur.' Hij was ineens weg. Mè ze is tevan gestoreven, zo had ze haar verschrik(t)!
Onderwerp
SINSAG 0402 - Die versäumte Wallfahrt (Messe, Gabe)   
Beschrijving
Een vrouw die in Wallonië werkte, had beloofd om op bedevaart te gaan voor de genezing van haar zieke zoon. Omdat de zoon echter plots overleed, was de vrouw haar belofte niet nagekomen. Toen de vrouw op een avond in de weide water ging halen, verscheen haar zoon tussen de bomen. Verschrikt vroeg de vrouw: "Ben jij dat, Martin?", waarop het spook antwoordde: "Ja, moeder. Je had beloofd om op bedevaart te gaan. Als je dat doet, dan word ik vrijgelaten uit het vagevuur." Het volgende ogenblik verdween het spook. De vrouw is echter nooit op bedevaart kunnen gaan, want ze stierf door de schok bij het zien van haar overleden zoon.
Bron
M. Dreezen, Leuven, 1967
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
limburgs (tongeren en omstreken)
418
Tante van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Sluizen   
Plaats van Handelen
Wallonië   
