Hoofdtekst
Ze zeggen dat de geestelijken de macht hèn om gestolen goed te doen werekeren maar ’t moet van uut d’eerste hand zijn, anders kunnen ze daar niet meer tegen doen. Ewel, van ik hè, in ’t jaar 40, mine vent moste naar Duitsland en je gaf mij zine ring en je zei: "Van oe ‘k nie were kere, g’hèd nog olsan dat van mi." En ik had die ring zo goed bewaard, en up ne keer m’hèn hier overkomste, en ’t wos van diene ring gesproken en ’s anderdaags ze gingen weg, maar diene ring wos wok weg en ik naar de paters en ‘k zei dat, en ze zeien: "Oe ze die ring nog niet verkocht hèn, moet ne werekeren, maar anders gingen die mensen nooit geen chance meer hèn." En die ring moste ol verkocht zin, want j’hèd nooit meer weregekeerd, maar die mensen hèn veel honger geleden voor ulder straffe.
Onderwerp
SINSAG 0750 - Andere Zauberei.   
Beschrijving
De geestelijken hadden de macht om gestolen goederen te laten terugkomen naar de eigenaar. Dat lukte echter alleen indien de goederen nog in eerste hand waren.
Een man die in 1940 naar Duitsland vertrok, gaf zijn echtgenote zijn trouwring met de woorden: "Als ik niet meer terugkeer, dan heb je dit nog van mij". De vrouw bewaarde de ring van haar man heel zorgvuldig. Op een dag had de vrouw met enkele bezoekers over de ring gesproken. Toen de bezoekers vertrokken waren, stelde de vrouw vast dat de ring verdwenen was. Daarop ging ze te rade bij de pastoor, die zei: "Als die ring nog niet verkocht is, dan zal hij terugkomen. Anders zullen de dieven in hun leven nooit meer geluk hebben". De ring moest al verkocht zijn, want hij is nooit meer teruggekeerd. Maar de dieven hebben daarna nog veel honger geleden als straf.
Een man die in 1940 naar Duitsland vertrok, gaf zijn echtgenote zijn trouwring met de woorden: "Als ik niet meer terugkeer, dan heb je dit nog van mij". De vrouw bewaarde de ring van haar man heel zorgvuldig. Op een dag had de vrouw met enkele bezoekers over de ring gesproken. Toen de bezoekers vertrokken waren, stelde de vrouw vast dat de ring verdwenen was. Daarop ging ze te rade bij de pastoor, die zei: "Als die ring nog niet verkocht is, dan zal hij terugkomen. Anders zullen de dieven in hun leven nooit meer geluk hebben". De ring moest al verkocht zijn, want hij is nooit meer teruggekeerd. Maar de dieven hebben daarna nog veel honger geleden als straf.
Bron
M. Reynaert, Leuven, 1965
Commentaar
2.2 Tovenaars
west-vlaams (ieper)
331
1940
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Zillebeke   
Plaats van Handelen
Duitsland   
