Hoofdtekst
Cartouche wordt aangehouden. Cartouche en Baekeland samen. Ze breken binnen in een boerderij. Meisje geschaakt; ze vlucht met vrouw van Baekeland.De roversbende van Cartouche, die zat op Heikapel. Aarschot bestond ook. Van Antwerpen moesten ze die komen aanhouden. Lier bestond ook. Van Lier kwamen ze. Cartouche ging naar Heikapel. Heist bestond ook. Cartouche reed op zijn paard van Lier naar Heikapel. Als 't ievers markt was of zo… Dat waren mannen die gingen om de mensen hun geld af te pakken. En dan voort beeseten afpakken, stelen. Ze hebben toch ievers gepakt. "Cartouche geknipt" zeiden ze toch? Ja, in Aarschot! Ja, en ze zaten erachter. Cartouche vluchtte ievers binnen. Cartouche verkleedde zijn zelve: dan weer in pastoor, dan als pater, als generaal. Dan ging hem daarheen als generaal. Hij gaf dan een aalmoes. Ze hebben hem gepakt.Daar was ene, die moest zijn geld afgeven en zijn konijnen. Dat was Cartouche en Baekeland samen. Die mannen gingen naar Aarschot. Daar zagen ze die mannen. De pollis zat erachter. Daar zaten ze achter en Cartouche ievers binnen. Hij was buitengesprongen. Als hem buitensprong had hem een hond aan zijn lijf. Toen hebben ze hem gepakt.Stelen, dat weet ik nog. Daartegen hier, daar was een boerderij. Daar was iemand ziek. Dat was 's nachts. De pastoor was die komen bedienen. Toen waren ze met meerderen. Die eerst binnengeraken daar was was alles voor. Op diezelfde boerderij zijn ze toen binnengebroken met een leer waar ze hooi mee binnenstaken. De pastoor en de misdienaars hadden ze laten gaan. Daar hadden ze veel gestolen.Een meiske hadden ze ook nog ievers geroofd. Dat was in Heikapel. Die moest hem oppassen anders schoten ze haar dood. Dat meiske had zo graag weggegaan. Dat meiske snakte daarheen. Dat wijf van Baekeland moest die bewaken en die ksot niet uitstaan dat dat meiske daar moest blijven. Die zijn er daar dan uitgetrokken. Toen zijn ze moeten uitpakken omdat de gendarmen daar waren.
Onderwerp
SINSAG 1320 - Andere Räubergeschichten.   
Beschrijving
De bende van Cartouche vertoefde in Heikapel. Toen Cartouche op zijn paard van Lier naar Heikapel reed, werd hij opgepakt. Hij verkleedde zich vaak als pastoor, pater of generaal. Een man moest aan Cartouche en Bakelandt zijn geld en zijn konijnen afgeven. Toen Cartouche een café in Aarschot verliet, hing er een hond aan zijn been. Daarna werd hij opgepakt. Op een boerderij waar net een zieke de laatste sacramenten had gekregen, pleegde de bende van Cartouche een inbraak. De rovers hebben daar veel gestolen. De pastoor en de misdienaars hebben ze laten gaan.
Bron
B. Van Grieken, Leuven, 1965
Commentaar
4. Historische sagen
antwerps (westerlo en omgeving)
837
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Cartouche   
Bakelandt (bende van)   
bende van Cartouche   
bende van Bakelandt   
Naam Locatie in Tekst
Hulshout   
Plaats van Handelen
Heikapel   
Aarschot   
Lier   
