Hoofdtekst
Da was nen boer die een maarte hâ en ze wieren dat gelijk zuiver geware, da die maarte azo altemets lijk weggink en weg was ’s navies.En op ne keer, ze moesten bakken en ze was bezig mee werken en ze stond mee haar handen azo lijk dood in haren trog. En ze wildegen hên dat dat hare geest was die wederom ieverst naartoe was. En as ze daar azo nen tijd gestaan hâ, ze kwam wederom in leven.
Beschrijving
Een boer vond het vreemd dat zijn meid 's avonds altijd de boerderij verliet.
Toen de meid op een dag brood moest bakken, stond ze stokstijf met haar handen in de trog. Men geloofde dat de geest van de meid elders was. Na een tijdje kwam de meid weer tot leven.
Toen de meid op een dag brood moest bakken, stond ze stokstijf met haar handen in de trog. Men geloofde dat de geest van de meid elders was. Na een tijdje kwam de meid weer tot leven.
Bron
R. De Geeter, Gent, 1952
Commentaar
2.1 Heksen
oost-vlaams (zuiden)
164
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Schorisse   
