Hoofdtekst
Liesbeth:En wat deed een heks dan? Deed ze iemand kwaad aan?Pierre:Ja, in de stallen deed ze de beesten doodgaan. Dat was van 'Hese Trijn'.Liesbeth:Ja, heb je daar van gehoord?Pierre:Ja ja, dat was Hese Trijn. En die kwam dan al eens vaak bedelen bij de mensen. En als je dan niet goed kameraad was met haar of dit of dat, dan behekste ze uw beesten. En naar 't schijnt gingen de koeien kapot (dood) ervan.Liesbeth:En die Hese Trijn, heb jij die gekend?Pierre:Nee, ik heb ze niet gekend. Maar ik weet wel waar ze gewoond heeft. Daar aan't kanaal, op site. Daar stond vroeger zo een klein lemen huiske, daar aan het kanaal. Maar de naam, dat weet ik niet, iedereen noemde die Hese Trijn.Liesbeth:En je hebt nooit gehoord hoe die vrouw eigenlijk echt heette?Pierre:Nee, maar het schijnt dat die verbrand geworden is, Hese Trijn. Die heette Trijn, maar de familienaam heb ik niet gekend, nee. Ze woonde op de site, aan het kanaal. Waar de weg doodloopt tegen het kanaal, daar aan de Hanestraat in.Liesbeth:Dat was de 'kooi hand', gelijk ze zeiden.Pierre:Jaja, en dan moest ge bidden, opdat ze u niet zou beheksen.Liesbeth:En hoe lang is dat geleden, wanneer was dat?Pierre:Dat is toch zeker al lang geleden, zeker in de jaren 1880 tot 1900.
Onderwerp
SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste   
Beschrijving
Bij het kanaal woonde een heks die vaak kwam bedelen. Als de heks niet goed met iemand overweg kon, dan behekste ze de koeien van die persoon, zodat de dieren stierven. Uiteindelijk heeft men die heks verbrand. Om zichzelf tegen de kwade hand te beschermen, moest men bidden.
Bron
L. Dreessen, Leuven, 2002
Commentaar
2.1 Heksen
limburgs (groot-bilzen)
19d en 19e en 19f en 19h en 19j
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Eigenbilzen   
