Hoofdtekst
Dow woer Willem Kerkhofs nog bij mech. Ver hadden japelen (aardappelen) gestoken en 't woer ook laat en dow zegt Willem tegen mech: 'Hoor eens wei Klaassen keèk (schreeuwt) op de berg, jus al hoorde ich 'm op hulp roepen.' Al wat den hemel geven kos, liepen ver, maar ver vonden gene Klaasen, maar een zwarte kat zo groot as enen hond. En ich pakte de schup en wol (wou) houwen maar Willem zei: 'Aste gehouwen hads dan bleven ver misschien allebei kapot.' En in een minuut liep 't vol om ons. Zo vermenigvuldigde zich dat. De kos (ge kondt) ze niet tellen. En in ene keer e groot geluid wei e muziek en 'no de kloeten woeren ze' (en weg waren ze).
Onderwerp
SINSAG 0604 - Die vermehrten Katzen
  
Beschrijving
Toen Willem K. en Lambert M. klaar waren met het planten van de aardappelen, meenden ze op de berg iemand om hulp te horen roepen. Op de berg was echter niemand te bespeuren, maar er zat wel een krijsende zwarte kat die zo groot was als een hond. Lambert wilde met de spade naar het dier slaan, maar Willem hield hem tegen en zei: "Als je slaat, dan zullen we misschien allebei sterven". Het volgende ogenblik werden de mannen omringd door talloze katten. Zodra er in de verte muziek weerklonk, waren alle katten verdwenen.
Bron
W. Jackers, Leuven, 1958
Commentaar
2.1 Heksen
limburgs (bilzen)
380
memoraat
Naam Overig in Tekst
Willem K.   
Lambert M.   
Naam Locatie in Tekst
Gellik   
