Hoofdtekst
Te Stavel, ’t heeft daar nog een geestelijke geweest die zijn zinnen miste en X zijn dochters hadden gelachen dermee en ze rochten (geraakten) bijkans niet thuis en de geestelijken mosten kommen en ze rochten niet op ’t hof langs de dreve en ze mosten overhoek de stikken (velden) gaan, ik heb dat gehoord van C. Broecke.
Beschrijving
Een pastoor die niet meer goed bij zijn verstand was, werd op een dag uitgelachen door enkele meisjes. Merkwaardig genoeg hadden die meisjes daarna de grootste moeite om thuis te geraken.
Bron
A.-M. Devynck, Leuven, 1965
Commentaar
2.2 Tovenaars
west-vlaams (franse grens)
456
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Haringe   
