Hoofdtekst
Den aa (= oude) Frens, 'Willem Frens', die zichtte voor o(n)s hein! Tcha... en aan Ketsingekoet (koet= gat) ging die eens door, mè doa zat enen zwatte hond, ene weerwolef, en ze gingen allemaal lopen voor hem. Sind(s) at dat kiske doa hang(t) met dien heilige doa, ister niemee (ge)komen gewees(t).
Onderwerp
SINSAG 0805 - Werwolf in Hundesgestalt als Begleiter (verrädt sich am folgenden Tag).   
Beschrijving
Toen Willem F. bij het Ketsingengat aan het maaien was, zag hij plots een weerwolf in de gedaante van een zwarte hond zitten. Nadat men op die plaats een heiligenbeeld had gehangen, liet de weerwolf zich niet meer zien.
Bron
M. Dreezen, Leuven, 1967
Commentaar
1.6 Weerwolven
limburgs (tongeren en omstreken)
947
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Willem F.   
Naam Locatie in Tekst
Millen   
Plaats van Handelen
Ketsingengat   
