Hoofdtekst
In ene wäremeshof (= warmoestuin) waren twee gebrürs aan 't graven. Ze hadden ruzie tegeneen en ze spraken nie opeen. Opeens kwam doa e spook op hen aan met ene dikke boek in zijn haan (= handen) mè toen kalden (= spraken) ze wel tegeneen! ze waren gauw lopen.
Beschrijving
Op een dag waren twee broers aan het graven in een moestuin. Omdat de jongemannen ruzie hadden, spraken ze niet tegen elkaar. Opeens verscheen er echter een spook met een toverboek in de handen. Op dat ogenblik praatten de broers plots wel tegen elkaar; samen liepen ze weg zo snel ze konden.
Bron
M. Dreezen, Leuven, 1967
Commentaar
2.3 Toverboeken
limburgs (tongeren en omstreken)
921
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Nerem   
