Hoofdtekst
Een vro wor doet en de familie goenk nor Scherpenheuvel. Ze hâe ne stek veur de deur gezet en gezeet: 'Dê no Scherpenheuvel wilt gôn moet ons volge.' De stek kâm mieje en da wor dê doeije vro.
Beschrijving
De familieleden van een overleden vrouw gingen op bedevaart naar Scherpenheuvel. Ze hadden een stok voor de deur gezet en gezegd: "Wie naar Scherpenheuvel wil gaan, moet ons volgen". De stok ging mee op bedevaart.
Bron
M. Hermans, Leuven, 1966
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
limburgs (herk-de-stad)
330
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Kermt   
Plaats van Handelen
Scherpenheuvel   
