Hoofdtekst
Ja en zo kwam ik eens aan. Daar moest een stoet uitgaan, de oorlog was gedaan en daar moest een stoet uitgaan. En ze hadden al de hele week aan die wagen gewerkt en toen 's avonds, ik had ook geholpen: 'Juul', zei ze tegen mij, 'ge blijft maar hier om me de bloemen achter aan de wagen te hangen', zei ze. 'Dat is goed', ik zeg, 'dat is goed, Mina.' Ja maar dat was nondedjie een fijne, die. Ik had ze allemaal aan de wagen gehangen en toen meende ik op te gaan. 'Neen', zei ze, 'ge moet nog niet opgaan. Ik heb nog een tas voor u', zei ze. Zo kalde die. Potverdomme en ik kijk en toen geeft ze me een stok en daar stond een grote pot onder. 'Gij gaat me hier de boter bijeenstoten', zei ze. 'Ge hoeft niks te doen als te trekken', zei ze. Die stok was gespannen aan de zoldering en ik trok maar en daar had ik kop in. En ik zeg: 'Nondedjie, de vuile ros, ge zijt nog nondedjie nog niet zo stom als ge er uitziet.' Ja en ik had de boter direkt bijeen hè en zij nestelde zo: dan zat ze hier en dan zat ze daar. 'Nu ga ik u eens een lekker taske koffie opschudden', zei ze, 'en ik heb nog vla', zei ze. En ik at me daar een goeie dikke pens aan en ik had een kop gelijk vuur en vlam. Nondedjie. 'En als we gegeten hebben', zei ze, 'dan legt ge u maar met uw kop op de tafel.' Ja, dat was goed. Nondedjoe, in een keer schiet ik wakker en ik kijk in een keer naar de klok, nondedjie, het was halfdrie. 'Mina', ik roep, 'Mina!' Ik zag nergens geen Mina.- Poleke: die moest gaan heksen.Ik ging nondedjie in de schrijnwerkerij kijken hè maar daar was niks te zien. Ik ga de kamer het huis in, niks te zien. Ik denk: ze zal wel in de stal zitten hè maar in de stal was ook niks. Ik ging de buiten in, in het bakhuis kijken: nergens niks te zien. Ik denk: waar zit ge toch? En ik maak me zo stout hè dat ik nondedjie hun slaapkamer inging en daar lag Jan (haar man) te snorken gelijk een weerwolf maar van het wijf was niks te zien. En ik ga terug de kamer in en (spreekt plots heel stil) ze stond nondedjie achter mijn vassen (= hielen) en ik had nondedjie nergens niks gezien. Ik zeg: 'Mina, waar hebt gij dan gestoken?' 'Daar hebt ge nondedjie geen affairen mee', zei ze.
Onderwerp
SINSAG 0543 - Hexe macht sich unsichtbar
  
Beschrijving
Een man moest Mina gaan helpen bij het versieren van de praalwagen die vlak na de oorlog rondreed. Hoewel de man al een hele tijd had gewerkt, sprak Mina: "Juul, je moet nog niet naar huis gaan. Eerst moet je de bloemen aan de wagen hangen, en daarna kan je nog boter karnen". Toen Juul met enige tegenzin alle karweitjes had afgewerkt, kreeg hij van Mina taart en koffie. Omdat hij zoveel had gegeten, was Juul echter aan tafel in slaap gevallen. Toen hij wakker werd, was het al half drie en was Mina spoorloos verdwenen. Juul ging in alle kamers van het huis op zoek naar Mina, maar hij vond haar niet. Plots stond Mina achter hem.
Bron
W. Achten, Leuven, 1971
Commentaar
2.1 Heksen
midden-limburgs
e''
Vlak na de oorlog (WOI of WOII ?)
memoraat
Naam Overig in Tekst
Juul   
Mina   
Naam Locatie in Tekst
Genk   
