Hoofdtekst
Nonk (= oom) ging noar de windmolen van Vlijtingen heen. Hij had lang moeten wachten. Aan 't kapelke van zeven weeg - aan de vier groezen doa - kwam e pjaad door, dat begon te razen boven aan de grach(t), en doa kwamen vlämkes uit overal rond zijne kop - het had wei krike (= gloeiende kolen) rond hem aan zijn oren. Mijne nonk was lopengegaan, hij had vree bang (= erg bang) gehad; aan ieder haar had er een drup zweet, weiter (= toen hij) thuiskwam.
Onderwerp
SINSAG 0478 - Andere Erlebnisse; unbeschreibbare Spukerscheinungen.   
Beschrijving
Een man die naar de windmolen van Vlijtingen ging, kwam een razend paard tegen dat vlammetjes rond zijn kop had. De man was zo geschrokken dat hij onmiddellijk naar huis liep.
Bron
M. Dreezen, Leuven, 1967
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
limburgs (tongeren en omstreken)
360
Oom van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Herderen   
Plaats van Handelen
Vlijtingen   
