Hoofdtekst
G: Weet er iemand iets over dat ze soms de pastoor gingen halen?B3: Oh ja, ja, oh ja, dat is…als ze niet zouden binnengekomen zijn hé? Als de pastoor daar voor de eerste keer kwam, dan vroegen ze aan die pastoor voor (om) de deur te wijden. G: Oh ja.B3: En soms hingen ze aan de binnenkant, gelijk ge hier dat ding van de uitgang staat [Wijst naar het groene bordje dat boven de deur hangt.] een [onverstaanbaar] kruis en dan waart ge gerust he, dan kwamen ze nooit meer binnen, ze ging nooit niet over die trap. G: Gewoon omdat dat gewijd was?B3: Omdat dat gewijd was, ja.G: En waren er nog andere gebruiken die ze deden om de heksen buiten te houden? B3: [B3 vertelt dat hij daar vroeger een werk over had gemaakt, maar dat is al meer dan 50 jaar geleden en hij zou dat niet meer terugvinden. Hij weet er ook niet meer zo heel veel over te vertellen. Alleen dat de gebruiken soms van dorp tot dorp verschilden.]
Beschrijving
De pastoor werd vaak gevraagd om de deur van een huis te wijden opdat de bewoners beschermd zouden zijn tegen heksen. Vaak hing men met datzelfde doel boven de deur een kruis. De heks kon dan niet over de dorpel.
Bron
G. Verdickt, Leuven, 2002
Commentaar
2.1 Heksen
limburgs (zuiden)
M10
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Montenaken   

