Hoofdtekst
Pastoor Kesen dieje zei eens op de preekstoel as dat er 52 hekse zate tusse ’t boshuis en ’t hof. En deur den duur zoore ‘t toch moete gaan qgelove. Want in Westel do bij de nonkel van Janneke Fransen, Tist Van de Broek heette dieje. Awel die maases enne dochters wilde no Scherpenheuvel gaan ma ze koste geen licht aankrijge, om gene waarom begod. En die ginke dan no de heksenmeester. En ze ware behekst zei hem. Want die kwame hie veur botermelk en da ware gevaarlijke. En die veur hesseldeeg kwame, veur da te lene, da ware de gevaarlijkste, want as ge da leende, dan hadde ze macht over u. Toen da heksenmanneke tege hun gezegd had da zelle een heks ware zei ze "dieje moeste ze zijn tong inne mond kapot doen". En dieje is gestorve van kanker aanne tong.
Onderwerp
SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste   
Beschrijving
Pastoor K. had tijdens zijn preek gezegd dat tussen 't Boshuis en 't Hof tweeënvijftig heksen woonden. Toen de dochters van J.F. uit Westerlo naar Scherpenheuvel wilden gaan, slaagden ze er merkwaardig genoeg niet in een licht aan te steken. De heksenmeester stelde vast dat de vrouwen behekst waren. Toen de heks door de heksenmeester van het kwaad werd beschuldigd, sprak ze: "Die man zouden ze de tong in zijn mond moeten verdwijnen". De heksenmeester is gestorven door kanker aan zijn tong.
Wanneer een heks botermelk kwam lenen, kon men behekst raken. De gevaarlijkste heksen waren echter deze die zuur deeg kwamen lenen.
Wanneer een heks botermelk kwam lenen, kon men behekst raken. De gevaarlijkste heksen waren echter deze die zuur deeg kwamen lenen.
Bron
M. Vankerkhoven, Leuven, 1964
Commentaar
2.1 Heksen
limburgs (grensgebied kempen-hageland)
320
fabulaat
Naam Overig in Tekst
pastoor K.
J.F.
J.F.
Hof ('t) (Vorst)   
't Boshuis (Vorst)   
't Hof (Vorst)   
Boshuis ('t) (Vorst)   
Naam Locatie in Tekst
Tessenderlo   
Plaats van Handelen
Westerlo   
Scherpenheuvel   
