Hoofdtekst
’t Gingen vele van die gasten nor de boeren gon werken. En o ze toen achter e weke of viere de conducten wisten, ze gingen dor toene bij nachte binnen gon breken. En ze pakten en ze steelden en ze dein toen nog dikwils de menschen, de boer en de boerinne, dood. Ze gingen toen roend binsten dag om of te kijken en of te loeren. Weet je wuk dat’k ik ook nog gelezen èn? Ze gingen up èn hofsteê en de boer wilde zijn geld niet geven, enne wos verdreegd datten ging uphangen zijn in den heerd. Enne wos e masse gemarteld en gefolterd. En omdatten toen nog niet wilde geven, wossen toen uphangen in den heerd met zijn hoofd omlege. Enne wos toen helegans upgebrand enne moste ezo sterven. Overtijd woren er wijde kaven enne wos toen met zijn voeten doran geboenden met zijn hoofd omlege.
Onderwerp
SINSAG 1320 - Andere Räubergeschichten.   
Beschrijving
Veel rovers van de bende van Bakelandt gingen werken bij de boeren. Zodra ze het reilen en zeilen op de boerderij kenden, pleegden ze er een inbraak. Tijdens zo'n inbraak werden de boer en de boerin soms gedood. Een boer die zijn geld niet wilde afgeven, werd in de schoorsteen opgehangen met zijn hoofd naar beneden. De boer is op die manier gestorven.
Bron
S. Top, Leuven, 1964
Commentaar
4. Historische sagen
west-vlaams (vrijbos)
78A
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Bakelandt   
Bakelandt (bende van)   
bende van Bakelandt   
Naam Locatie in Tekst
Woumen   
