Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

HSCHO0551_0552_11183

Een sage (mondeling), 1996-01-7 1996-01-7 (foutieve datum)

Hoofdtekst

I En de kwade hand, zeiden ze ook vroeger?41 Jaja. Ik heb je dat gezegd. Die twee vrouwen, die waren hier. Ik zie ze nog voor me! Die zie ik nog zitten! Een had zo’n dikke kop en een had zo’n klein kopke. Ma had ze wat gegeven en ze ging daar zitten (= uiterst rechts naast haar neefje). Ja, ik zeg je, die voordeur hier stond altijd open, hé. Pa - achter stonden ze (= de koeien) - en dan liep pa niet voor om (het huis) te gaan, liep hij hier door (de gang); hij voer met de koeien. Dat heb je nu niet meer, hé, maar in plaats van een paard - dat was teveel (geld); zoveel hadden we niet - dan voer hij met de koeien. En kar en ploeg en alles, juist zoals (met de paarden gereden werd). En toen zat het manneke in het stoeltje, van m’n zuster. En die woonde het huis verder daar [wijst naar achter het huis, naar de rest van de Bonderstraat] en dan moest ze ergens heen of zo, dan bracht ze het kind hier. En toen zette m’n moeder zich daar (= vlak naast het jongetje) voor dat ze niet op hem … Ze had bang dat ze gingen hem een handje geven. Ik zeg, wij mochten toen we kinderen waren, nooit niet iemand wat geven gaan. Dat deed zij zelf. Bang dat ze eens wat … Dat zat nu in hun kop van wat ze allemaal hoorden.I Geraakt worden van de kwade hand.41 De kwade hand, zeiden ze dan.I Dat waren bedelaars die dat deden dan?

Beschrijving

Een grootmoeder die twee vrouwen op bezoek had, zorgde ervoor dat die vrouwen niet de kans kregen om haar kleinkind aan te raken.

Bron

H. Schoefs, Leuven, 1996

Commentaar

2.1 Heksen
limburgs (groot-riemst)
41Q 551
Ouders van de informant
fabulaat

Naam Locatie in Tekst

Lafelt    Lafelt